Boekhouders

Door de relance-wet van maart 2018 is er een aanpassing gebeurd in de voorwaarden voor de lastenverlaging waardoor veel ondernemingen, hoofdzakelijk uit de bouwsector hier ook onder vielen. Het was echter wachten tot medio 2019 om deze wet alsnog retro-actief, vanaf 1 januari 2018, te kunnen toepassen. Vanaf 2020 worden de percentages van de lastenverlaging verhoogd en het bruto minimum-uurloon.

Werkgevers die werken in onroerende staat uitvoeren, kunnen voor een gedeeltelijke vrijstelling van bedrijfsvoorheffing in aanmerking komen indien hun werknemers:

  • tenminste 1/3 van hun arbeidstijd tewerkgesteld worden op werven, in een groep van minstens 2; en
  • elke werknemer van deze ploeg een bruto minimum-uurloon van € 14.19 (bedrag 2020) ontvangt. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd. De toekenning van dit uurloon is een absoluut minimum om de vrijstelling te genieten. De toekenning van een ploegenpremie zonder dat het uurloon wordt gerespecteerd, volstaat niet om de vrijstelling te genieten.

Indien de werkgever aan de voorwaarden voldoet, dient hij een deel van de bedrijfsvoorheffing die hij moet inhouden op de lonen van de betrokken werknemers, niet door te storten aan de fiscus. Indien u denkt aan de voorwaarden te voldoen en u maakt nog geen gebruik van deze maatregel, kan u steeds contact opnemen met uw dossierbeheerder.

In 2018 ging het om 3% van de belastbare bezoldigingen van de betrokken werknemers.

Vanaf 1 januari 2019 werd het percentage opgetrokken tot 6%.

Vanaf 1 januari 2020 wordt het percentage opgetrokken tot 18%.